Noborderprocess 8 Februari : “la justice c’est moi…”

Tijdens de ochtend van 8 februari 2012, in een kleine rechtszaal diep weggestopt achterin het Justitiepaleis, speelde zich de jongste scene af van een pantomime die nu al een meer dan een jaar aansleept. In september 2010 kwamen ongeveer 1000 mensen samen in Tour en Taxis te Brussel, voor een week discussies, betogingen en acties tegen de migratiecontrole en voor de vrijheid van verkeer voor iedereen. De Brusselse politiemacht haalde alles uit de kast tegen de bijeenkomst, arresteerde honderden mensen in de straten rond het kamp, en was erg gul met afranselingen en seksuele intimidatie.

Anderhalf jaar later is het tijd voor een eerste rechtszaak tegen activisten van het kamp. Ze moeten iets op iemand kunnen vastpinnen, om al die willekeurige aanhoudingen en al die gekwetsten in de spoedgevallen te verantwoorden. Waar zijn al die gevaarlijke terroristen die in Brussel hebben huis gehouden? Wel, we hebben die twee Engelsen die nogal dichtbij de paarden kwamen tijdens de betoging op 26 september aan het gesloten centrum 127bis, toen een flik ten val kwam en een stamp kreeg van een politiepaard. Het schijnt dat de flik zelfs een paar dagen is moeten thuisblijven. We weten niet of het paard even getraumatiseerd was. De twee Engelsen werden toen door de modder gesleept door een arrestatieteam en een werd bewusteloos geslagen. Gebruikten ze duivelse paardenfluisteraars krachten om tot paarden-rebellie op te ruien?

Dit zou de gerechterlijke macht deze morgen gaan uitzoeken. Eerst het decor. Opdat de gerechtelijke magie haar werk zou kunnen doen moet eerst de rechtszaal verzekerd worden met een twintigtal politiemensen voor de deur. De rechtszaal is veel te klein voor de mensen die hun solidariteit komen betuigen met de beschuldigden van No Borders. Sommigen blijven buiten in de kou met sambatrommels en spandoeken, waar ze animatie en mooie plaatjes voorzien voor een groep bezoekende schoolkinderen. Anderen wachten in de gang buiten de rechtszaal. Vier worden aangehouden wegens het dragen van trommels binnen het Justitiepaleis. Iedereen die wil binnen geraken om de gerechtelijke magie aan het werk te zien moet worden gefouilleerd, gescand, geïdentificeerd en op de lijst gezet.

Binnen de verzegelde en bewaakte rechtszaal zijn vandaag twee clowns de hoofdrolspelers. Laat ons eerst de Procureur des Konings voorstellen, hij heet, echt waar, Mijnheer Lempereur (=”de keizer”). Mijnheer Lempereur heeft een golvende welgekapte haardos en een stoppelbaard. Gezeten aan de ene kant van het grote altaar der gerechtigheid, als een leeuw achterover leunend, waarlijk een keizer, trekt een wenkbrauw op, mijmerend met de blik op oneindig. Wanneer de argumenten van de verdediging zijn rust verstoren, recht hij zich en siddert door een miniatuur woedeaanval van gerechtvaardigd superieure afkeuring. Dan weer leunt hij achterover en veinst te slapen.
Om te spreken staat hij recht, zwelt zijn borst en barst hij uit in een volbloed rekwisitoor. Hij onderricht niet enkel de beschuldigden en die malloten van advocaten van de verdediging maar de hele rechtszaal, uitgebreid en met herhaling, over onze rechten en plichten, respect voor de orde en de heilige noodzaak van hiërarchie. In het kort, Mijnheer Lempereur is de grote haan in een kleine rechtszaal.

Dan is er onze rechter, Mijnheer de Voorzitter. Hoewel technisch de opperste heerser over de rechtszaal, is Mijnheer de Voorzitter iets minder luisterrijk dan Mijnheer Lempereur. Hij is kort, rond, kaal, draagt een bril en is ongeneeslijk korzelig. Zijn rol is rustig stil zitten en niemand in de ogen te kijken terwijl Mijnheer Lempereur oreert over onze plichten en uitgebreid bomen opzet over het werk van de politie en onderwijzers (een van de beschuldigden is onderwijzer), zijn mening meegeeft over Syrië, of met een citaat van Churchill dweept.
Vervolgens onderbreekt hij de advocaten van de verdediging telkens weer wanneer die proberen te spreken over aggressieve politie of alles “wat van de eigenlijke feiten afwijkt”.

Wel, laat ons overgaan tot de feiten. De procureur beschikt over twee lange politievideos, gefilmd vanuit de lucht en vanop de grond. De twee beschuldigden zijn de hele tijd in beeld. Nergens in de film ziet men ze de politie of politiepaarden aanvallen of op een andere manier aggressief zijn. Mijnheer Lempereur moet dat toegeven. “Maar de video bewijst niets” verklaart hij (wat de vraag oproept waarom de procureur de films als bewijsstukken heeft ingediend), “ze kunnen evengoed gewelddadig geweest zijn buiten beeld”.
Inderdaad, daarvoor zijn er de getuigenverklaringen van de politie. Of, om precies te zijn, er is een flik die zegt dat een beschuldigde aggressief was. En die daarmee een eerdere verklaring van zichzelf tegenspreekt.

“Maar in feite,” gaat Mijnheer Lempereur verder, “de vraag is niet of de beschuldigde iemand geslagen heeft, of aggressief is geweest, of ook maar iets gedaan heeft. Het is duidelijk dat iemand geraakt werd (door de hoef van een paard), en het is duidelijk dat de beschuldigden dichtbij waren, en dat betogers rond hen, of de beschuldigden nu wel of niet betrokken waren, de paarden hebben opgehitst en zo aan de oorzaak lagen van de kwetsuur.” Dit wil zeggen, de beschuldigden waren ergens in de nabijheid van een paar mensen die misschien de paarden hebben bang gemaakt wat eventueel zou kunnen leiden hebben tot een flik die geraakt werd door een hoef. In elk geval, zegt Mijnheer Lempereur, waarom waren ze eigenlijk in die betoging? En waarom liepen ze gewoon niet wat sneller toen ze teruggeduwd werden door de politie te paard? Alleen al daar zijn, en niet sneller lopen, was al een daad van weerspannigheid. Geen rechten zonder plichten. Wanneer je geduwd wordt door politie te paard, is het je plicht om sneller te lopen.
Dit is wat men noemt orde. Wanneer een flik je zegt van een betoging te verlaten, gehoorzaam onmiddellijk. Anders wordt alles chaos.

Alles werd choas. De beschuldigden werden beiden het ziekenhuis ingeslagen door de flikken.
Maar dit is niet relevant voor de feiten in deze zaak. De afranselingen, willekeurige aanhoudingen, naaktfouilleringen en bedreigingen met verkrachting van die week in september zijn niet relevant. Mijnheer Lempereur geraakt buiten zichzelf van deze irrelevantie. De reden voor de betoging, de jaarlijkse herdenking van de moord op Semira Adamu, is zeker niet relevant. Het is deze irrelevantie waar Mijnheer Lempereur zo slaperig van wordt. De alledaagse realiteit van politieagressie in de migrantenbuurten rond het No Borderkamp… wel, om de waarheid te zeggen zullen de advocaten van de verdediging zelfs niet proberen om dit als relevant voor te stellen.
Er is geweld dat iets uitmaakt, en er is ander geweld dat zelfs niet verdient vermeld te worden in de wereld van rechten en plichten in deze kleine rechtszaal. “Stuur dan een perscommuniqué rond,” zegt Mijnheer de Voorzitter, “dit heeft niets met mij te maken”. Dit is mijn rechtszaal, zegt hij. Daarmee bedoelt hij:
Dit zijn mijn 20 politiemensen hierbuiten met hun wapens. En die politiemensen met hun wapens geven mij en Mijnheer Lempereur het recht om de haan uit te hangen, en jou het recht om te zwijgen en te doen wat wij zeggen. Eruit nu!

De procureur vraagt een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. De uitspraak volgt op 7 maart.

This entry was posted in Externe bijdragen. Bookmark the permalink.