Vertaling in het nederlands
“Ik zou willen getuigen over wat er hier in het centrum gebeurd omdat we echt in slechte omstandigheden leven. We nemen één keer per dag een douche. De maaltijden zijn niet goed. De bewakingsagenten behandelen ons slecht. En vooral, als we ‘s avonds terugkeren om 22u30, hebben we geen toegang meer tot onze telefoon, mogen we niet beer bellen, nemen ze onze telefoon af. Als je slecht spreekt tegen de bewaking plaatsen ze je in isoleercel, vaak is dat voor kleinigheden. Zonder te vechten, zonder te vloeken. Ze zetten je in de isoleercel voor niets. Voor het ogenblik zijn er vier personen die in isolatie geplaatst zijn. Tijdens de Ramadan hebben ze het eten dat van de moskee komt stop gezet. Ze weigerden het nog binnen te laten. Het kwam van de moskee, van de Imam. Ze zeiden dat het niet binnen mocht komen en dat we moesten eten wat er ons gegeven werd.
Gisteren probeerde iemand zelfmoord te plegen. Het gaat niet goed met hem, hij heeft een hartaandoening, hij kan nog amper ademen. Hij is twee of drie keer flauwgevallen. Ook vandaag is hij flauwgevallen toen we buiten aan het wandelen waren. Hij vroeg om overgeplaatst te worden naar een ander centrum. Meestal is hij de persoon die iedereen motiveert om zich te verzetten, dus hebben ze hem in isolatie geplaatst. De bewaking gedraagt zich echt slecht tegenover ons. Zodra je iets verkeerd zegt wordt je in isolatie geplaatst. En ook al heb je pijn en vraag je een dokter te zien buiten, aanvaarden ze het niet. Ze brengen je naar een verpleegster die je medicamenten geeft, ze zeggen dat alles in orde is. Sinds ik hier ben, heb ik al een maand buikbijn. Ik vraag of ik een dokter mag zien voor een bloedsonderzoek. Ze zeggen dat het niets ernstigs is. Sindsdien gaat het helemaal niet goed.
Vandaag wouden ze me naar de luchthaven brengen maar ik weigerde er naartoe te gaan. Ze zouden me laten weten of ik toch naar de luchthaven gebracht zou worden. Maar ze hebben me nog niets gezegd omdat ik weigerde. Ik zei gewoon aan de assistente: ik ga niet. Ik kan niet gaan. Ze zei dat ze de overeenkomst nog zou nalezen en dat ze me zou laten weten. Ze heeft me nog niets gezegd. Het gaat hier echt niet, hier in Brugge. Negentien personen zijn in één kamer! Er wordt ‘s nachts niet geslapen. Er zijn zieke mensen, mensen die snurken, mensen die ‘s nachts naar het toilet moeten omdat ze buikpijn hebben. ‘S nachts slaapt er niemand. Overdag is er een slaapverbod. Het is hier echt vreselijk. Het is geen centrum voor illegalen, het is een gevangenis. Niets klopt.
Het enige wat voor hun uitkomt is dat ze je terug willen sturen: ze dwingen je terugkeer. Ik ben hier nu een maand maar ik ben al vijf maanden opgesloten. Ik werd overgeplaatst van het centrum in Merksplas. Op 14 [april] is het vijf maanden. Ze verplaatsen mensen zomaar, als ze het willen. Er zijn hier mensen die familie hebben, kinderen. Er zijn er die hier geboren werden, hun papieren werden gewoon weggenomen. We doen er alles om te blijven, op zen minst legaal: het zijn zij die ons niet aanvaarden. We doen onze aanvraag, we doen alles: er zijn er meerdere hier die asiel hebben aangevraagd. We volgen de procedures om hier legaal te verblijven. Zij accepteren ons niet. Telkens als je een asielaanvraag doet, wordt er je gezegd dat je niet genoeg bewijzen hebt. En ondertussen blijf je opgesloten en kan je geen bewijzen halen. Hier, binnen, kan je niets doen: we zijn opgesloten. Er zijn mensen die ons willen helpen. Ze kunnen zich niet verplaatsen of onze familie contacteren of het al het mogelijke doen om de bewijzen te vinden. Ik heb vrienden. Ik heb een vriendin die me komt bezoeken en enkele vrienden. Ze kennen mijn familie niet. Ik heb ze allemaal hier leren kennen. Mijn familie is in Afrika. Ik weet niet waar mijn familieleden zijn. Ik heb geen contact meer met hun, dat is al acht jaar zo. Ze weten niet dat ik zo leef. Ook op dit moment weten ze niet dat ik opgesloten ben, niemand weet dat. Sindsdien heb ik geen contact meer met hun. Het is echt moeilijk.
Je gaat naar de gevangenis, je zet je straf uit. Je krijgt een boete, je betaald je boete. Ik vind het onacceptabel dat ze ons in zulke centra plaatsen. Het zijn zij die ons papieren zouden moeten geven: we komen hier niet met papieren. We komen met de papieren van ons land. Of met de nationaliteit van ons land. Als ze ons willen accepteren is dat hun keuze. We verlaten ons land niet zomaar. We verlaten ons land omdat we niet anders kunnen. Er is hier nul tolerantie. Het is onzin, wallah. Ze zeggen ons hier niets. Het is enkel als je naar het vliegveld gaat dat je de realiteit ziet, dat je ziet hoe dingen verlopen. En ook, we zijn hier niet geboren met europese papieren. We hebben er niet voor gekozen om in het buitenland geboren te worden en om dan naar hier te zijn gekomen. Ik heb echt gezocht. Maar we zijn niet gekomen om slecht gezien te worden in dit land. We zijn gekomen om te integreren, voor een beter leven. Een familie op te starten. En om legaal te integreren. Als we asiel aanvragen is het niet om buiten te blijven. Dan is het om bescherming te krijgen. Maar ze zetten ons buiten, we voelen ons echt afgekeurd, we hebben absoluut geen steun. Ze geven ons niet eens één kans om ons te integreren. Als we illegaal leven is het omdat ze gewild hebben dat we illegaal zijn. Als je geen antwoord hebt, accepteren ze je niet, en heb je geen andere keuze als illegaal leven. Als ze je een minimum aanvaarden plaatsen ze je in een open centrum, waar je kunt komen een gaan, en ze weten waar je woont. Bij de minste vergissing kunnen ze je komen ophalen. We kunnen normaal leven. Maar als je in een gesloten centrum wordt gezet, kan je er niet meer uit. Je hebt drie uur per dag om te wandelen.
Eerlijk gezegd gaat het psychologisch helemaal niet goed met ons. We doen het echt niet goed. Ik heb het gevoel dat ik hier gek wordt, zonder te liegen. Ik heb allerlei ideëen die me te boven komen, waaraan ik buiten nooit aan dacht. Maar hier is het alsof dat normaal is, je kan niet anders als eraan denken om de tijd uit het oog te verliezen.
En toch gaat het niet met ons op het ogenblik. Ik heb al acht jaar geen contact meer met mijn familie in Guinee. Voor ik Guinee verlied had ik al geen contact meer met hun. Sinds de staat de woningen waarin ik met mijn familie leefde heeft afgebroken, omdat die zogezegd gereserveerd was. Er is geen president daar, het is een staatsgreep. Niets verloopt er goed. In Afrika weet je hoe de militairen zijn.
Soms kijk ik een beetje maar… jullie weten dat we niet veel tijd hebben op het internet. Je krijgt één uur internet per dag. Het enige waaraan je denkt is hoe je hier wegkomt. Hier heb ik geen zin meer in het leven, als ik eerlijk ben. Je hebt hier geen zin om te leven omdat ze die zin wegnemen. Door hen walg je van het leven, je wilt het niet meer. Je wilt niets meer doen. Er is hier geen levenslust. Het is hier iets anders. Ik zou het mijn ergste vijand niet toewensen om in dit centrum te zijn. Het is alsof je in een kippenhok zit. Een kip in een kooi. Je mag naar buiten, je eet een beetje maïs, en dan brengen ze je weer terug naar binnen. Ze doen je leven zoals een kip.
Ze komen, ze bewaken ons, en ze gaan terug naar huis. Zij doen het goed, ze komen hier werken omdat ze op het einde van de maand betaald worden. Ze zouden het hier op zen minst voor ons moeten doen. Dat we mogen werken, betaald worden, en op het eende van de maand verlaten we het land. Dat zo ons mentaal helpen. Vroeger hadden we tenminste een oranje kaart, had ik een vast contract. Ik werkte en al, geen onzin. Het is sinds ze mijn [verblijfs]kaart weggenomen hebben dat ik in depressie geraakt ben. Ik ben mijn werk verloren en in een depressie gevallen. Ik had een appartement en betaalde mijn huur. Toen ik de kaart kreeg heb ik er alles om gedaan om een contract te krijgen in de horeca, in een keuken. Toen ik een negatief kreeg, werd mijn oranje kaart drie maand later ook weggenomen. Geen enkele werkgever neemt je aan zonder kaart. Bij de gemeente vertelden ze me dat ze de kaart hadden ingetrokken voordat ik 8 uur ‘s avonds klaar was, dus konden ze me geen [werk]vergunning geven. Het is allemaal de mist in gegaan. Het ging allemaal de mist in. Ik raakte in een depressie, ik werd er bijna ziek van.
Mijn vader, voor zijn overlijden, was veel mensen geld schuldig. Ik kan dus niet terug in die buurt, ik zal bedrijgd worden. Ik weet zelf niet meer wat te doen. Voor het ogenblik zeggen ze dat ze me er gaan terugsturen… ik ben verloren, eerlijk gezegd, ik ben verloren. Ik weet niet wat te doen.”