Drie jaar geleden, op 15 februari 2023, overleed Tamazi Rasoian in het gesloten centrum van Merksplas. Hij was 38 jaar oud.
De woordvoerder van de Dienst Vreemdelingenzaken sprak destijds van een “natuurlijke dood”. Drie jaar later herinneren we eraan dat er niets natuurlijks is aan dit overlijden. De Belgische instellingen hebben er alle belang bij om zich te onttrekken aan hun verantwoordelijkheid voor de sterfgevallen, gewonden en agressie binnen deze repressieve en racistische instellingen die gesloten centra zijn. Drie jaar later herinneren we eraan dat zij de schuldigen zijn, dat zij verantwoordelijk zijn.
Tamazi Rasoian zat al enkele weken vast in Merksplas. Deze 38-jarige Koerdische man was in hongerstaking gegaan om te protesteren tegen zijn opsluiting en zijn uitzetting naar Georgië. Hij werd toen in isolatie geplaatst, een gangbare praktijk in gesloten centra om verzet te onderdrukken en te breken.
Tamazi Rasoian kwam in 2017 naar Frankrijk nadat hij was gevlucht voor martelingen in Georgië. Hij woonde daar met zijn partner en dochter. In 2019 kreeg hij de vluchtelingenstatus, die hem in 2020 werd ontnomen.
In december 2022 reisde hij naar België, waar hij eind januari 2023 werd gearresteerd. Hij werd opgesloten in het gesloten centrum van Merksplas en zou in eerste instantie naar Frankrijk worden teruggestuurd in het kader van de Dublin-verordening. Frankrijk weigerde echter zijn terugname, omdat het niet kon aantonen dat hij zijn grondgebied minder dan zes maanden geleden had verlaten. De Dienst Vreemdelingenzaken besloot toen hem uit te zetten naar Georgië, het land waar hij het slachtoffer was geweest van foltering.
Op de dag van zijn geplande uitzetting, 8 februari 2023, deed Tamazi Rosoian een zelfmoordpoging. Zijn dochter verklaart dat hij veel leed en in een psychologische noodtoestand verkeerde. Zij had haar advocate op de hoogte gebracht van zijn toestand, maar het personeel van het centrum heeft geen maatregelen genomen om hem te verzorgen. Medegevangenen verklaarden dat hij verschillende injecties met antipsychotica had gekregen, waarvan de bijwerkingen op het hart zeer ernstig en zelfs dodelijk kunnen zijn, zeker wanneer men ondervoed is. De dag voor zijn overlijden vertoonde Tamazi ernstige motorische stoornissen en had hij moeite met lopen. Hij had geen toegang tot basiszorg: zijn partner verklaart dat zij op 14 februari zelf materiaal moest brengen om zijn wonden te ontsmetten.
De Dienst Vreemdelingenzaken verklaarde toen: “De overledene is een half uur voor zijn overlijden door een lid van het medisch personeel gezien”. In het mortuarium constateerde de familie echter wonden op zijn borst, oor, voorhoofd en elleboog. Deze bevindingen werden bevestigd door Mediapart, dat toegang had tot de beelden. Er zat ook bloed op het laatste vest dat hij droeg voordat hij overleed. Opgemerkt moet worden dat Tamazi regelmatig klaagde over de behandeling die hij van zijn bewaker kreeg (terwijl hij in Georgië al martelingen had ondergaan): “Dit is niet normaal, we zijn in Europa”, zei hij.
Nadat het nieuws van zijn overlijden zich in het centrum had verspreid, uitten Tamazi’s medegevangenen hun verdriet en woede door middel van een protestactie, die resulteerde in de opsluiting van de helft van blok 3 in de isoleercel. Sommigen gingen echter door met hongerstakingen.
Het geval van Tamazi brengt niet alleen de gebrekkige toegang tot gezondheidszorg aan het licht, maar ook de veiligheidsrol die het “zorgpersoneel” vervult. Het in isolatie plaatsen van mensen in psychische nood is namelijk een gangbare praktijk in gesloten centra.
Na de bekendmaking van het overlijden van Tamazi verklaarde een medegevangene, wiens woorden door de media InfoMigrants waren opgetekend: “Het zijn geen artsen, het zijn dierenartsen. Het lijkt wel alsof ze tegen ons praten alsof we dieren zijn, ook al spreken sommigen op een rustigere toon.”
De familie van Tamazi heeft na zijn overlijden een klacht ingediend en zich civiele partij gesteld om gerechtigheid en waarheid te eisen en duidelijkheid te krijgen over de omstandigheden van zijn dood. Tot op de dag van vandaag eist zij toegang tot de beelden van de videobewaking en tot zijn medisch dossier. Na het proces werd de zaak geseponeerd en werd noch het personeel van het centrum, noch de Dienst Vreemdelingenzaken vervolgd.
Deze dood is het gevolg van het hele grenssysteem dat gebaseerd is op controle, vrijheidsberoving, zowel administratief als fysiek geweld en ontmenselijking.
Gesloten centra zijn plaatsen van dood.
De Dienst Vreemdelingenzaken heeft bloed aan zijn handen. De Belgische staat heeft bloed aan zijn handen.
RECHTVAARDIGHEID VOOR TAMAZI
WE VERGETEN NIET, WE VERGEVEN NIET
NEE TEGEN GESLOTEN CENTRA
NEE TEGEN UITZETTINGEN
NEE TEGEN GRENZEN
LEVEN EN VRIJHEID VOOR IEDEREEN
*De Dublinverordening is een wetgeving van de Europese Unie die bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag (meestal het eerste land van binnenkomst in de EU). Dit systeem heeft met name tot gevolg dat de betrokken personen geen keuze hebben in het land waar zij een procedure kunnen starten zolang deze verordening op hen van toepassing is (d.w.z. gedurende 6 of 18 maanden), en dat zij daardoor het risico lopen te worden uitgezet naar het “Dublin”-land.
https://www.cotizup.com/justicepourtamazi






